BWBR0026340
Geldig vanaf 13-04-2011
Artikel 2
Beleidsregel inning bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet 2009
1. Na de melding door de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 18c, eerste lid, Zorgverzekeringswet, bericht het college de verzekeringnemer zo spoedig mogelijk dat de verzekeringnemer de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is. Het college deelt daarbij ten minste mee:
a. dat de bestuursrechtelijke premie tot nader bericht van het college per maand verschuldigd is;
b. wat de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand is;
c. dat het college, indien mogelijk, de bestuursrechtelijke premie, op de inkomsten van de verzekeringnemer, bedoeld in artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet zal doen inhouden;
d. dat het college, indien inhouding op inkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder c niet of onvoldoende kan plaatsvinden, de bestuursrechtelijke premie of het restant, op andere wijze in rekening zal brengen;
e. dat het college, indien naast de verzekeringnemer sprake is melding van overige verzekerden, de bestuursrechtelijke premie voor deze verzekerden op andere wijze in rekening wordt gebracht dan als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder c;
f. dat het niet mogelijk is bezwaar aan te tekenen tegen een besluit over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
2. Het college laat de verzekeringnemer bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, weten dat, indien zijn inkomen voortvloeit uit één van de uitkeringen genoemd in artikel 6.5.1, eerste lidvan de Regeling zorgverzekering het college de inhoudingsplichtige opdracht geeft daarop 100% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie in te houden. Het college laat de verzekeringnemer daarbij tevens weten hoe hij de overige 30% van de bestuursrechtelijke premie kan voldoen.
3. Als een verzekeringnemer naast zijn AOW-uitkering een aanvullend pensioen ontvangt dat toereikend is om 130% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie in te houden, deelt het college mee dat hij opdracht zal geven tot het inhouden van de bestuursrechtelijke premie op het aanvullend pensioen van de verzekerde.
4. Het college kan besluiten de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie te wijzigen. Het college zal de verzekeringnemer daarover tijdig berichten.
a. dat de bestuursrechtelijke premie tot nader bericht van het college per maand verschuldigd is;
b. wat de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand is;
c. dat het college, indien mogelijk, de bestuursrechtelijke premie, op de inkomsten van de verzekeringnemer, bedoeld in artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet zal doen inhouden;
d. dat het college, indien inhouding op inkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder c niet of onvoldoende kan plaatsvinden, de bestuursrechtelijke premie of het restant, op andere wijze in rekening zal brengen;
e. dat het college, indien naast de verzekeringnemer sprake is melding van overige verzekerden, de bestuursrechtelijke premie voor deze verzekerden op andere wijze in rekening wordt gebracht dan als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder c;
f. dat het niet mogelijk is bezwaar aan te tekenen tegen een besluit over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
2. Het college laat de verzekeringnemer bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, weten dat, indien zijn inkomen voortvloeit uit één van de uitkeringen genoemd in artikel 6.5.1, eerste lidvan de Regeling zorgverzekering het college de inhoudingsplichtige opdracht geeft daarop 100% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie in te houden. Het college laat de verzekeringnemer daarbij tevens weten hoe hij de overige 30% van de bestuursrechtelijke premie kan voldoen.
3. Als een verzekeringnemer naast zijn AOW-uitkering een aanvullend pensioen ontvangt dat toereikend is om 130% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie in te houden, deelt het college mee dat hij opdracht zal geven tot het inhouden van de bestuursrechtelijke premie op het aanvullend pensioen van de verzekerde.
4. Het college kan besluiten de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie te wijzigen. Het college zal de verzekeringnemer daarover tijdig berichten.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026340
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl