BWBR0026157
Geldig vanaf 2009-07-24
Artikel 8
Instellingsbesluit Rathenau Instituut
1. Elke vijf jaren wordt het instituut door een evaluatiecommissie beoordeeld op in ieder geval haar effectiviteit en doelmatigheid, mede aan de hand van een door het instituut op te stellen rapportage over haar activiteiten en werkwijze. Het resultaat van de evaluatie wordt uitgebracht nadat het bestuur van het instituut hierover is gehoord.
2. Voorafgaand aan de vijfjaarlijkse evaluatie laat het instituut de wetenschappelijke kwaliteit van zijn werk beoordelen door binnenlandse en buitenlandse wetenschappers van bewezen hoge kwaliteit die deskundig zijn op één of meer van de gebieden waar het instituut zich op beweegt.
3. De minister stelt ten behoeve van de evaluatie een externe commissie in. Alvorens tot de instelling over te gaan, pleegt de minister overleg met de KNAW en de WRR over de samenstelling van de commissie.
4. De beoordeling door de evaluatiecommissie en de rapportage van het instituut worden aan de minister gezonden, die deze stukken, vergezeld van een standpunt, aan de beide Kamers van de Staten-Generaal zendt.
2. Voorafgaand aan de vijfjaarlijkse evaluatie laat het instituut de wetenschappelijke kwaliteit van zijn werk beoordelen door binnenlandse en buitenlandse wetenschappers van bewezen hoge kwaliteit die deskundig zijn op één of meer van de gebieden waar het instituut zich op beweegt.
3. De minister stelt ten behoeve van de evaluatie een externe commissie in. Alvorens tot de instelling over te gaan, pleegt de minister overleg met de KNAW en de WRR over de samenstelling van de commissie.
4. De beoordeling door de evaluatiecommissie en de rapportage van het instituut worden aan de minister gezonden, die deze stukken, vergezeld van een standpunt, aan de beide Kamers van de Staten-Generaal zendt.