BWBR0026157
Geldig vanaf 2009-07-24
Artikel 6
Instellingsbesluit Rathenau Instituut
1. De KNAW voert het beheer over het instituut. Daarbij waarborgt de KNAW het inhoudelijk onafhankelijk functioneren van het instituut.
2. Overeenkomstig artikel 13.1, zesde lid, van de WHWvertegenwoordigt de voorzitter van het algemeen bestuur van de KNAW het instituut in en buiten rechte.
3. Het instituut heeft een directeur die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de KNAW, in overeenstemming met het bestuur van het instituut.
4. De directeur geeft de dagelijkse leiding aan het instituut. Hij is verantwoordelijk voor de behoorlijke uitvoering van de volgende taken:
a. de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het bestuur van het instituut en van het algemeen bestuur van de KNAW, voor zover deze het instituut betreffen;
b. het voorbereiden, nemen en uitvoeren van besluiten met betrekking tot de bedrijfsvoering van het instituut;
c. het opstellen van een begroting voor het komend boekjaar waarmee het instituut uitvoering kan geven aan zijn werkprogramma;
d. het opstellen van een financieel verslag waarmee verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de middelen in het afgelopen boekjaar; en
e. het opstellen van het inhoudelijke verslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid.
5. Het algemeen bestuur van de KNAW verleent aan de directeur het benodigde mandaat voor de uitvoering van zijn verantwoordelijkheden. Aan de uitoefening van het mandaat kan het algemeen bestuur van de KNAW, overeenkomstig de Regeling standaardmandaat bedrijfsvoering KNAW, voorwaarden verbinden.
6. De directeur en het overige personeel van het instituut zijn in dienst van de KNAW.
2. Overeenkomstig artikel 13.1, zesde lid, van de WHWvertegenwoordigt de voorzitter van het algemeen bestuur van de KNAW het instituut in en buiten rechte.
3. Het instituut heeft een directeur die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de KNAW, in overeenstemming met het bestuur van het instituut.
4. De directeur geeft de dagelijkse leiding aan het instituut. Hij is verantwoordelijk voor de behoorlijke uitvoering van de volgende taken:
a. de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het bestuur van het instituut en van het algemeen bestuur van de KNAW, voor zover deze het instituut betreffen;
b. het voorbereiden, nemen en uitvoeren van besluiten met betrekking tot de bedrijfsvoering van het instituut;
c. het opstellen van een begroting voor het komend boekjaar waarmee het instituut uitvoering kan geven aan zijn werkprogramma;
d. het opstellen van een financieel verslag waarmee verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de middelen in het afgelopen boekjaar; en
e. het opstellen van het inhoudelijke verslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid.
5. Het algemeen bestuur van de KNAW verleent aan de directeur het benodigde mandaat voor de uitvoering van zijn verantwoordelijkheden. Aan de uitoefening van het mandaat kan het algemeen bestuur van de KNAW, overeenkomstig de Regeling standaardmandaat bedrijfsvoering KNAW, voorwaarden verbinden.
6. De directeur en het overige personeel van het instituut zijn in dienst van de KNAW.