BWBR0026095
Geldig vanaf 2010-11-05
Artikel 45
Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat
1. Een aanvraag tot subsidievaststelling, indien daaraan voorafgaand een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, wordt ingediend binnen dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn voltooid dan wel binnen een in het subsidieprogramma of de beschikking tot subsidieverlening opgenomen langere termijn.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een bij de in het subsidieprogramma genoemde uitvoeringsinstantie verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
3. In het subsidieprogramma wordt voor subsidies die tussen € 25.000,– en € 125.000,– bedragen, opgenomen of een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten is vereist. Indien een dergelijke verklaring is vereist, geeft de subsidieontvanger hierbij aan:
a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting;
b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is;
e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten inclusief bijdragen van derden is, en,
f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
4. Indien het subsidiebedrag € 125.000,– of meer bedraagt, wordt rekening en verantwoording afgelegd omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden kosten en een accountantsverklaring overlegd volgens het in de bijlage opgenomen model.
5. Indien de risico-analyse van het subsidieprogramma daartoe aanleiding geeft kan in het subsidieprogramma worden opgenomen dat de aanvraag niet vergezeld hoeft te gaan van een accountantsverklaring.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een bij de in het subsidieprogramma genoemde uitvoeringsinstantie verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
3. In het subsidieprogramma wordt voor subsidies die tussen € 25.000,– en € 125.000,– bedragen, opgenomen of een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten is vereist. Indien een dergelijke verklaring is vereist, geeft de subsidieontvanger hierbij aan:
a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting;
b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is;
e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten inclusief bijdragen van derden is, en,
f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
4. Indien het subsidiebedrag € 125.000,– of meer bedraagt, wordt rekening en verantwoording afgelegd omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden kosten en een accountantsverklaring overlegd volgens het in de bijlage opgenomen model.
5. Indien de risico-analyse van het subsidieprogramma daartoe aanleiding geeft kan in het subsidieprogramma worden opgenomen dat de aanvraag niet vergezeld hoeft te gaan van een accountantsverklaring.