BWBR0026095
Geldig vanaf 2010-11-05
Artikel 35
Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat
1. De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening en voltooit het uiterlijk op het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen tijdstip.
2. De subsidieontvanger meldt schriftelijk en onverwijld aan de minister zodra aannemelijk is dat:
a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of
b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
3. Indien de subsidieontvanger niet aan zijn verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kan voldoen, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger in het geval van het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project de beschikking tot subsidieverlening wijzigen of intrekken met in achtneming van het bepaalde in het subsidieprogramma.
2. De subsidieontvanger meldt schriftelijk en onverwijld aan de minister zodra aannemelijk is dat:
a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of
b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
3. Indien de subsidieontvanger niet aan zijn verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kan voldoen, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger in het geval van het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project de beschikking tot subsidieverlening wijzigen of intrekken met in achtneming van het bepaalde in het subsidieprogramma.