BWBR0026095
Geldig vanaf 2010-11-05
Artikel 17
Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat
1. De subsidiabele kosten van een opleidingsproject zijn uitsluitend:
a. de loonkosten van de opleiders: 1°. indien de opleiders in dienst zijn van de aanvrager, worden deze kosten berekend op basis van loonkosten;
2°. indien de opleiders worden ingehuurd, geschiedt deze inhuur tegen een marktconform tarief;
1°. indien de opleiders in dienst zijn van de aanvrager, worden deze kosten berekend op basis van loonkosten;
2°. indien de opleiders worden ingehuurd, geschiedt deze inhuur tegen een marktconform tarief;
b. de verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die de opleiding volgen;
c. uitgaven voor materiaal en benodigdheden;
d. de afschrijving van werktuigen en uitrusting, in de mate waarin deze uitsluitend voor het project worden gebruikt;
e. de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met betrekking tot het opleidingsproject. Indien de begeleiding geschiedt door personeel van de aanvrager, worden deze kosten berekend op basis van loonkosten.
f. de loonkosten van degenen die de opleiding volgen, tot ten hoogste het totaal van de onderdelen a tot met e, bedoelde kosten waarbij slechts rekening mag worden gehouden met de uren die de deelnemers daadwerkelijk aan de opleiding besteden.
2. Voor de berekening van de in het eerste lid, onderdelen a, sub 1°, e en f genoemde loonkosten is artikel 12, van overeenkomstige toepassing.
a. de loonkosten van de opleiders: 1°. indien de opleiders in dienst zijn van de aanvrager, worden deze kosten berekend op basis van loonkosten;
2°. indien de opleiders worden ingehuurd, geschiedt deze inhuur tegen een marktconform tarief;
1°. indien de opleiders in dienst zijn van de aanvrager, worden deze kosten berekend op basis van loonkosten;
2°. indien de opleiders worden ingehuurd, geschiedt deze inhuur tegen een marktconform tarief;
b. de verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die de opleiding volgen;
c. uitgaven voor materiaal en benodigdheden;
d. de afschrijving van werktuigen en uitrusting, in de mate waarin deze uitsluitend voor het project worden gebruikt;
e. de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met betrekking tot het opleidingsproject. Indien de begeleiding geschiedt door personeel van de aanvrager, worden deze kosten berekend op basis van loonkosten.
f. de loonkosten van degenen die de opleiding volgen, tot ten hoogste het totaal van de onderdelen a tot met e, bedoelde kosten waarbij slechts rekening mag worden gehouden met de uren die de deelnemers daadwerkelijk aan de opleiding besteden.
2. Voor de berekening van de in het eerste lid, onderdelen a, sub 1°, e en f genoemde loonkosten is artikel 12, van overeenkomstige toepassing.