BWBR0026095
Geldig vanaf 2010-11-05
Artikel 32
Kaderregeling subsidies duurzaamheid verkeer en waterstaat
1. De minister beslist over een aanvraag, als bedoeld in deze regeling, binnen dertien weken na de datum van ontvangst daarvan. Ingeval van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 4begint de genoemde beslistermijn te lopen op de eerste dag na afloop van de termijn waarbinnen de subsidie kan worden aangevraagd.
2. De minister beslist over een aanvraag als bedoeld in deze regeling binnen tweeëntwintig weken indien:
a. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd programma;
b. over de aanvraag advies wordt ingewonnen, of
c. een nader onderzoek is ingesteld.
3. De minister beslist over een aanvraag als bedoeld in deze regeling binnen veertig weken indien bij de beoordeling van de aanvraag internationale peerreviews of internationale beoordelingscommissies zijn betrokken.
4. Indien de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid niet binnen de daar genoemde termijn kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.
2. De minister beslist over een aanvraag als bedoeld in deze regeling binnen tweeëntwintig weken indien:
a. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd programma;
b. over de aanvraag advies wordt ingewonnen, of
c. een nader onderzoek is ingesteld.
3. De minister beslist over een aanvraag als bedoeld in deze regeling binnen veertig weken indien bij de beoordeling van de aanvraag internationale peerreviews of internationale beoordelingscommissies zijn betrokken.
4. Indien de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid niet binnen de daar genoemde termijn kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.