BWBR0025798
Geldig vanaf 2010-09-06
Artikel 8.4.75c
Regeling voertuigen
1. De resulterende meetwaarden worden door analoge of digitale aanwijzingen aangegeven.
2. Indien een registratie-inrichting aanwezig is, moet deze de resulterende meetwaarden vermelden.
3. De aanwijzingen moeten:
a. zijn voorzien van een nulstelinrichting; en
b. zodanig zijn uitgevoerd dat per as de bijbehorende paren meetgegevens gelijktijdig voor aflezing of verdere verwerking beschikbaar zijn.
4. Een analoge of digitale aanwijzing is zodanig dat:
a. de onnauwkeurigheid in de resulterende meetwaarde en in het verschil in remkracht tussen het linker- en rechterwiel, uitsluitend als gevolg van de beperkte afleesnauwkeurigheid, niet meer bedraagt dan een vijfde deel van de maximale fout geldend voor het betreffende meetresultaat;
b. de aflezing op eenvoudige wijze mogelijk is.
2. Indien een registratie-inrichting aanwezig is, moet deze de resulterende meetwaarden vermelden.
3. De aanwijzingen moeten:
a. zijn voorzien van een nulstelinrichting; en
b. zodanig zijn uitgevoerd dat per as de bijbehorende paren meetgegevens gelijktijdig voor aflezing of verdere verwerking beschikbaar zijn.
4. Een analoge of digitale aanwijzing is zodanig dat:
a. de onnauwkeurigheid in de resulterende meetwaarde en in het verschil in remkracht tussen het linker- en rechterwiel, uitsluitend als gevolg van de beperkte afleesnauwkeurigheid, niet meer bedraagt dan een vijfde deel van de maximale fout geldend voor het betreffende meetresultaat;
b. de aflezing op eenvoudige wijze mogelijk is.