BWBR0025798
Geldig vanaf 2010-09-06
Artikel 8.4.16
Regeling voertuigen
1. De toerenteller moet zijn voorzien van een aanwijsinrichting, die digitaal of analoog het gemeten toerental aangeeft.
2. De aanwijzing van het toerental moet plaatsvinden in omwentelingen per minuut.
3. De kleinste afleeseenheid mag ten hoogste een waarde hebben van 10 min –1.
4. Het meetbereik van een toerenteller moet ten minste het gebied van 500 min –1tot 6.000 min –1omvatten.
2. De aanwijzing van het toerental moet plaatsvinden in omwentelingen per minuut.
3. De kleinste afleeseenheid mag ten hoogste een waarde hebben van 10 min –1.
4. Het meetbereik van een toerenteller moet ten minste het gebied van 500 min –1tot 6.000 min –1omvatten.