BWBR0025798
Geldig vanaf 2010-09-06
Artikel 5.18.8
Regeling voertuigen
1. Scherpe of uitstekende delen aan de voor- en achterzijde van de lading van voertuigen en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, moeten zijn afgeschermd.
2. Scherpe of uitstekende delen aan de zijkanten van de lading van voertuigen en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, moeten zijn afgeschermd.
3. Onverminderd het tweede lid mag het buitenoppervlak aan elke zijkant van de lading van voertuigen en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken geen naar buiten gerichte delen bevatten waaraan andere weggebruikers kunnen blijven haken.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op lading, verwisselbare gedragen uitrustingsstukken of delen daarvan die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.
5. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op:
a. buitenachteruitkijkspiegels, met inbegrip van de steunen ervan;
b. rupskettingen en delen van een rupsband of -ketting die zich bevinden in het door de buitenste rand van de rupsband;
c. wielen en wielafschermingen die zich bevinden in het door de buitenzijkant van de banden gevormde verticale vlak;
d. opstappen en treden, met inbegrip van de steunen ervan;
e. mechanische, elektrische, pneumatische of hydraulische verbindingen, met inbegrip van de steunen ervan;
f. scharnierstructuren op inklapbare kantelbeveiligingsinrichtingen;
g. bandenspanningsmeters en inrichtingen of leidingen om de banden op te pompen of leeg te laten lopen;
h. antislipinrichtingen op de wielen;
i. delen, niet zijnde direct raakbare delen met een snij- of prikfunctie, die zijn gemarkeerd met een breedtemarkering die voldoet aan de in bijlage VIII, artikelen 132 en 133, gestelde eisen; en
j. zijrichtingaanwijzers, markeringslichten, stads- en achterlichten, parkeerlichten, retroreflectoren, markeringen van de breedte aan de voor- en achterzijde van het voertuig en de rode reflector in de vorm van een afgeknotte driehoek.
6. Geen deel van de buitenzijde van verwisselbare gedragen uitrustingsstukken mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken.
2. Scherpe of uitstekende delen aan de zijkanten van de lading van voertuigen en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, moeten zijn afgeschermd.
3. Onverminderd het tweede lid mag het buitenoppervlak aan elke zijkant van de lading van voertuigen en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken geen naar buiten gerichte delen bevatten waaraan andere weggebruikers kunnen blijven haken.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op lading, verwisselbare gedragen uitrustingsstukken of delen daarvan die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.
5. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op:
a. buitenachteruitkijkspiegels, met inbegrip van de steunen ervan;
b. rupskettingen en delen van een rupsband of -ketting die zich bevinden in het door de buitenste rand van de rupsband;
c. wielen en wielafschermingen die zich bevinden in het door de buitenzijkant van de banden gevormde verticale vlak;
d. opstappen en treden, met inbegrip van de steunen ervan;
e. mechanische, elektrische, pneumatische of hydraulische verbindingen, met inbegrip van de steunen ervan;
f. scharnierstructuren op inklapbare kantelbeveiligingsinrichtingen;
g. bandenspanningsmeters en inrichtingen of leidingen om de banden op te pompen of leeg te laten lopen;
h. antislipinrichtingen op de wielen;
i. delen, niet zijnde direct raakbare delen met een snij- of prikfunctie, die zijn gemarkeerd met een breedtemarkering die voldoet aan de in bijlage VIII, artikelen 132 en 133, gestelde eisen; en
j. zijrichtingaanwijzers, markeringslichten, stads- en achterlichten, parkeerlichten, retroreflectoren, markeringen van de breedte aan de voor- en achterzijde van het voertuig en de rode reflector in de vorm van een afgeknotte driehoek.
6. Geen deel van de buitenzijde van verwisselbare gedragen uitrustingsstukken mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken.