BWBR0025603
Geldig vanaf 2009-04-03
Artikel 5
Regeling opvang en klachtenprocedure ongewenste omgangsvormen SZW
1. De Secretaris-Generaal stelt een klachtencommissie ongewenste omgangsvormen in. De klachtencommissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier leden, waarvan een lid tevens de functie van vice-voorzitter op zich neemt.
2. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.
3. Aanwijzing van leden en plaatsvervangende leden geschiedt door de Secretaris-Generaal voor een periode van ten hoogste vier jaar. Ze kunnen éénmaal herbenoemd worden. De Secretaris-Generaal kan de aanwijzing, bedoeld in de vorige volzin, beëindigen indien daarvoor gegronde redenen zijn.
4. Ten minste drie leden van de klachtencommissie zijn vrouw.
5. Een lid van de klachtencommissie wordt door de Secretaris-Generaal uit zijn/haar functie als lid van de klachtencommissie ontheven als hij/zij direct of indirect betrokken is of is geweest bij enige vorm van ongewenst gedrag waarover een klacht is ingediend.
6. Voorzitter en (plaatsvervangende) leden van de klachtencommissie zijn in persoon verantwoordelijk voor het handhaven van de vertrouwelijkheid van alle informatie die zij bij hun werkzaamheden in het kader van deze regeling verkrijgen. De klachtencommissie is belast met het onderzoek van een bij haar ingediende klacht. De klachtencommissie doet uitspraak over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de klacht. Zij rapporteert en adviseert over eventueel te nemen maatregelen aan het bevoegd gezag.
7. De klachtencommissie kan ook onafhankelijk van een klacht gevraagd of ongevraagd adviseren met betrekking tot bestrijding en preventie van ongewenst gedrag.
8. Voor zover voorzitter en leden van de klachtencommissie een dienstverband met het ministerie hebben, verrichten zij hun werkzaamheden in het kader van deze regeling volledig in diensttijd. Zij ontvangen voor deze werkzaamheden geen bijzondere beloning. Met betrekking tot een externe voorzitter of leden van de commissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988van toepassing, waarbij vacatiegelden voor (plaatsvervangende) commissieleden worden aangemerkt als passend in de categorie ‘algemeen’.
2. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.
3. Aanwijzing van leden en plaatsvervangende leden geschiedt door de Secretaris-Generaal voor een periode van ten hoogste vier jaar. Ze kunnen éénmaal herbenoemd worden. De Secretaris-Generaal kan de aanwijzing, bedoeld in de vorige volzin, beëindigen indien daarvoor gegronde redenen zijn.
4. Ten minste drie leden van de klachtencommissie zijn vrouw.
5. Een lid van de klachtencommissie wordt door de Secretaris-Generaal uit zijn/haar functie als lid van de klachtencommissie ontheven als hij/zij direct of indirect betrokken is of is geweest bij enige vorm van ongewenst gedrag waarover een klacht is ingediend.
6. Voorzitter en (plaatsvervangende) leden van de klachtencommissie zijn in persoon verantwoordelijk voor het handhaven van de vertrouwelijkheid van alle informatie die zij bij hun werkzaamheden in het kader van deze regeling verkrijgen. De klachtencommissie is belast met het onderzoek van een bij haar ingediende klacht. De klachtencommissie doet uitspraak over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de klacht. Zij rapporteert en adviseert over eventueel te nemen maatregelen aan het bevoegd gezag.
7. De klachtencommissie kan ook onafhankelijk van een klacht gevraagd of ongevraagd adviseren met betrekking tot bestrijding en preventie van ongewenst gedrag.
8. Voor zover voorzitter en leden van de klachtencommissie een dienstverband met het ministerie hebben, verrichten zij hun werkzaamheden in het kader van deze regeling volledig in diensttijd. Zij ontvangen voor deze werkzaamheden geen bijzondere beloning. Met betrekking tot een externe voorzitter of leden van de commissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988van toepassing, waarbij vacatiegelden voor (plaatsvervangende) commissieleden worden aangemerkt als passend in de categorie ‘algemeen’.