BWBR0025603
Geldig vanaf 2009-04-03
Artikel 6
Regeling opvang en klachtenprocedure ongewenste omgangsvormen SZW
1. Het indienen van een klacht op alle terreinen van ongewenste omgangsvormen, voor zover niet aan een arbeidsrechtelijk conflict gekoppeld, ter behandeling bij de klachtencommissie geschiedt schriftelijk. De vertrouwenspersoon staat klager desgewenst bij in het op schrift stellen van een klacht. Het klaagschrift wordt ingediend bij de secretaris van de klachtencommissie.
2. Een klaagschrift wordt door klager ondertekend en gedagtekend en bevat ten minste:
a. de aanduiding van de categorie van ongewenste omgangsvormen met een omschrijving van de gedraging of gedragingen waarmee de klager is geconfronteerd en waar en wanneer deze zich hebben afgespeeld, en indien van toepassing de vermelding van getuigen;
b. de naam, het adres en de functie van de klager;
c. de naam van de beklaagde of de namen van de beklaagden;
d. een beschrijving van de door de klager ondernomen stappen.
3. Schriftelijke stukken die betrekking hebben op de ondernomen stappen worden aan de klachtencommissie overlegd.
4. De klachtencommissie neemt geen klacht in behandeling indien blijkt dat:
a. dezelfde klacht eerder is ingediend en door de klachtencommissie is beoordeeld;
b. de klager eerder of tegelijkertijd een bezwaarschriftprocedure is gestart;
c. op aangeven van klager een procedure is gestart die aan het oordeel van een rechterlijke instantie is onderworpen;
d. een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is over feiten die in verband staan met de omschreven gedragingen;
e. het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is;
f. dezelfde klacht eerder of tegelijkertijd is ingediend bij de Raadsman SZW.
2. Een klaagschrift wordt door klager ondertekend en gedagtekend en bevat ten minste:
a. de aanduiding van de categorie van ongewenste omgangsvormen met een omschrijving van de gedraging of gedragingen waarmee de klager is geconfronteerd en waar en wanneer deze zich hebben afgespeeld, en indien van toepassing de vermelding van getuigen;
b. de naam, het adres en de functie van de klager;
c. de naam van de beklaagde of de namen van de beklaagden;
d. een beschrijving van de door de klager ondernomen stappen.
3. Schriftelijke stukken die betrekking hebben op de ondernomen stappen worden aan de klachtencommissie overlegd.
4. De klachtencommissie neemt geen klacht in behandeling indien blijkt dat:
a. dezelfde klacht eerder is ingediend en door de klachtencommissie is beoordeeld;
b. de klager eerder of tegelijkertijd een bezwaarschriftprocedure is gestart;
c. op aangeven van klager een procedure is gestart die aan het oordeel van een rechterlijke instantie is onderworpen;
d. een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is over feiten die in verband staan met de omschreven gedragingen;
e. het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is;
f. dezelfde klacht eerder of tegelijkertijd is ingediend bij de Raadsman SZW.