BWBR0025603
Geldig vanaf 2009-04-03
Artikel 4
Regeling opvang en klachtenprocedure ongewenste omgangsvormen SZW
1. Een medewerker die met ongewenst gedrag wordt of werd geconfronteerd kan zich, onverminderd het recht om een klacht in te dienen, wenden tot een vertrouwenspersoon, waarbij kan worden bezien of doorverwijzing naar de Raadsman SZW bij kan dragen aan een voor de medewerker aanvaardbare oplossing.
2. Tot de mogelijkheden van een aanvaardbare oplossing behoort in ieder geval het door de Raadsman SZW mondeling aan de orde stellen van enige voorkomende vorm van ongewenst gedrag bij het management van de eenheid waarbinnen de klager met dat gedrag is geconfronteerd.
3. Een medewerker die tijdens de uitoefening van zijn/haar werkzaamheden met enige vorm van ongewenste omgangsvormen wordt geconfronteerd door externen, niet zijnde een medewerker, kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon voor een gesprek en/of verdere begeleiding bij het doen van aangifte bij de politie.
2. Tot de mogelijkheden van een aanvaardbare oplossing behoort in ieder geval het door de Raadsman SZW mondeling aan de orde stellen van enige voorkomende vorm van ongewenst gedrag bij het management van de eenheid waarbinnen de klager met dat gedrag is geconfronteerd.
3. Een medewerker die tijdens de uitoefening van zijn/haar werkzaamheden met enige vorm van ongewenste omgangsvormen wordt geconfronteerd door externen, niet zijnde een medewerker, kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon voor een gesprek en/of verdere begeleiding bij het doen van aangifte bij de politie.