BWBR0025278
Geldig vanaf 2010-11-22
Artikel 4
Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman
1. De vice-president van de Raad van State heeft voor de duur van vervulling van zijn ambt een dienstauto met chauffeur ter beschikking.
2. Ten behoeve van het woon-werkverkeer van de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld. Indien aan deze functionarissen voor dienstreizen en woon-werkverkeer een dienstauto ter beschikking wordt gesteld, zijn het derde tot en met zesde lid van toepassing.
3. De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 0,82 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar.
4. Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease inclusief brandstof, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand.
5. De prijs per kilometer wordt berekend aan de hand van de formule
(((n / (l/12)) + o + f + g + h + p) / m) + i
waarin:
n = (((a–c)/1,19) + (b/1,19) + c) – (d/1,19)
afschrijving over looptijd (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting));
o = ((d/1,19) x e) + ((n/2) x e)
rente per jaar;
p = ((k/1,19) x (m/100) x j)
brandstofkosten per jaar;
en:
a = consumentenprijs inclusief accessoires af fabriek (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting));
b = consumentenprijs van accessoires achteraf en/of door derden (inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting));
c = totale belasting van personenauto's en motorrijwielen;
d = totale marktconforme restwaarde inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen;
e = rentetarief in procenten;
f = administratiekosten inclusief management fee per jaar doch exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) (of interne kosten ingeval niet wordt uitbesteed);
g = houderschapsbelasting per jaar;
h = het in het kader van het omslagstelsel door het Bureau Schade Afwikkeling vastgestelde bedrag;
i = prijs van reparatie, onderhoud en banden exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting);
j = brandstofverbruik in liters per 100 kilometer;
k = tarief bij brandstofsoort inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting);
l = looptijd in maanden;
m = jaarkilometrage.
6. De dienstauto, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in gebruik genomen nadat is vastgesteld dat aan de voorschriften van het derde tot en met vijfde lid is voldaan, tenzij afwijking van deze voorschriften noodzakelijk is om redenen van veiligheid of wegens een individuele werkplekanalyse, verricht of getoetst door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. Artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwetis in het tweede geval van overeenkomstige toepassing.
7. De vice-president van de Raad van State ontvangt een maandelijkse vergoeding voor de door hem verschuldigde loonbelasting over het gebruik van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule
CAT x P/100 x T/100
M = ––––––––––––––––––––––––––––––––
12
waarin:
M = het bedrag van de vergoeding;
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen;
P = het toepasselijke percentage, genoemd in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964opgenomen percentages.
8. Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964wordt:
a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid;
b. het tot het belastbare loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 van de vice-president van de Raad van State behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen.
2. Ten behoeve van het woon-werkverkeer van de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld. Indien aan deze functionarissen voor dienstreizen en woon-werkverkeer een dienstauto ter beschikking wordt gesteld, zijn het derde tot en met zesde lid van toepassing.
3. De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 0,82 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar.
4. Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease inclusief brandstof, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand.
5. De prijs per kilometer wordt berekend aan de hand van de formule
(((n / (l/12)) + o + f + g + h + p) / m) + i
waarin:
n = (((a–c)/1,19) + (b/1,19) + c) – (d/1,19)
afschrijving over looptijd (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting));
o = ((d/1,19) x e) + ((n/2) x e)
rente per jaar;
p = ((k/1,19) x (m/100) x j)
brandstofkosten per jaar;
en:
a = consumentenprijs inclusief accessoires af fabriek (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting));
b = consumentenprijs van accessoires achteraf en/of door derden (inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting));
c = totale belasting van personenauto's en motorrijwielen;
d = totale marktconforme restwaarde inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen;
e = rentetarief in procenten;
f = administratiekosten inclusief management fee per jaar doch exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) (of interne kosten ingeval niet wordt uitbesteed);
g = houderschapsbelasting per jaar;
h = het in het kader van het omslagstelsel door het Bureau Schade Afwikkeling vastgestelde bedrag;
i = prijs van reparatie, onderhoud en banden exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting);
j = brandstofverbruik in liters per 100 kilometer;
k = tarief bij brandstofsoort inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting);
l = looptijd in maanden;
m = jaarkilometrage.
6. De dienstauto, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in gebruik genomen nadat is vastgesteld dat aan de voorschriften van het derde tot en met vijfde lid is voldaan, tenzij afwijking van deze voorschriften noodzakelijk is om redenen van veiligheid of wegens een individuele werkplekanalyse, verricht of getoetst door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. Artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwetis in het tweede geval van overeenkomstige toepassing.
7. De vice-president van de Raad van State ontvangt een maandelijkse vergoeding voor de door hem verschuldigde loonbelasting over het gebruik van de dienstauto, bedoeld in het eerste lid. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule
CAT x P/100 x T/100
M = ––––––––––––––––––––––––––––––––
12
waarin:
M = het bedrag van de vergoeding;
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen;
P = het toepasselijke percentage, genoemd in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964opgenomen percentages.
8. Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964wordt:
a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid;
b. het tot het belastbare loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 van de vice-president van de Raad van State behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen.