BWBR0025278
Geldig vanaf 2010-11-22
Artikel 11
Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman
De volgende besluiten worden ingetrokken:
a. Het besluit van 31 maart 1993, houdende regeling van een vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden (Stb. 219);
b. Het besluit van 19 november 1990, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de Nationale ombudsman (Stb. 581);
c. Het besluit van 9 juni 1972, houdende regeling van de vergoeding voor staatsraden in buitengewone dienst (Stb. 314);
d. Het besluit van 21 september 1992, houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer (Stb. 538) en
e. Het besluit van 28 april 1982, houdende vaststelling van de regeling betreffende de uitkering die na het overlijden van Ministers, Commissarissen des Konings, krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren, de Nationale ombudsman en substituut-ombudsmannen zal worden uitgekeerd (Stb. 308).
a. Het besluit van 31 maart 1993, houdende regeling van een vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden (Stb. 219);
b. Het besluit van 19 november 1990, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de Nationale ombudsman (Stb. 581);
c. Het besluit van 9 juni 1972, houdende regeling van de vergoeding voor staatsraden in buitengewone dienst (Stb. 314);
d. Het besluit van 21 september 1992, houdende regeling van de vergoeding voor leden in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer (Stb. 538) en
e. Het besluit van 28 april 1982, houdende vaststelling van de regeling betreffende de uitkering die na het overlijden van Ministers, Commissarissen des Konings, krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren, de Nationale ombudsman en substituut-ombudsmannen zal worden uitgekeerd (Stb. 308).