BWBR0025278
Geldig vanaf 2010-11-22
Artikel 1
Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman
1. De vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de leden van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen die in verband met de vervulling van hun ambt zijn verhuisd, ontvangen een verhuiskostenvergoeding, indien zij zich met de verhuizing binnen een afstand van 25 kilometer van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer onderscheidenlijk de Nationale ombudsman hebben gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de Raad van State, de Algemene Rekenkamer onderscheidenlijk de Nationale ombudsman ten minste 50 kilometer bedroeg.
2. De verhuiskostenvergoeding bestaat uit:
a. een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, welk bedrag zo nodig wordt vermeerderd met een bedrag voor reis- en verblijfkosten, welke de betrokkene en eventueel een of meer van diens gezinsleden vooraf hebben gemaakt ter bezichtiging van woonruimte;
b. een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van de betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken;
c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
3. Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt vastgesteld op tien procent van de jaarlijkse bezoldiging op de dag waarop de nieuwe woning wordt betrokken. Onder jaarlijkse bezoldiging wordt verstaan het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering.
2. De verhuiskostenvergoeding bestaat uit:
a. een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, welk bedrag zo nodig wordt vermeerderd met een bedrag voor reis- en verblijfkosten, welke de betrokkene en eventueel een of meer van diens gezinsleden vooraf hebben gemaakt ter bezichtiging van woonruimte;
b. een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van de betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken;
c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
3. Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt vastgesteld op tien procent van de jaarlijkse bezoldiging op de dag waarop de nieuwe woning wordt betrokken. Onder jaarlijkse bezoldiging wordt verstaan het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering.