BWBR0025254
Geldig vanaf 2009-02-01
Artikel 4.13
Mandaatbesluit BZK 2008
1. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van het diensthoofd wordt diens mandaat volledig uitgeoefend door het plaatsvervangend diensthoofd.
2. De aanwijzing van een plaatsvervangend diensthoofd geschiedt door het diensthoofd met inachtneming van het Organisatiebesluit BZK 2008en in overeenstemming met de secretaris-generaal.
3. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van het diensthoofd en het plaatsvervangend diensthoofd wordt het mandaat van het diensthoofd bij wijze van waarneming volledig uitgeoefend door de functionaris die daartoe door het diensthoofd in overeenstemming met de secretaris-generaal is aangewezen.
2. De aanwijzing van een plaatsvervangend diensthoofd geschiedt door het diensthoofd met inachtneming van het Organisatiebesluit BZK 2008en in overeenstemming met de secretaris-generaal.
3. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van het diensthoofd en het plaatsvervangend diensthoofd wordt het mandaat van het diensthoofd bij wijze van waarneming volledig uitgeoefend door de functionaris die daartoe door het diensthoofd in overeenstemming met de secretaris-generaal is aangewezen.