Artikel 1.1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. stuk: een schriftelijk stuk dat een besluit inhoudt of een ander schriftelijk stuk dat wordt toegerekend aan de Minister;
d. diensthoofd: de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;
e. directeur: de leidinggevende van een in het Organisatiebesluit BZK 2008 genoemd dienstonderdeel die rechtstreeks ressorteert onder een directeur-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, met uitzondering van de leidinggevenden die ressorteren onder de korpschef van het Korps landelijke politiediensten;
f. mandaat: de bevoegdheid om namens de Minister besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen;
g. werkterrein: het werkterrein en de taken van de betreffende functionaris en zijn dienstonderdeel overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2008.
a. Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. stuk: een schriftelijk stuk dat een besluit inhoudt of een ander schriftelijk stuk dat wordt toegerekend aan de Minister;
d. diensthoofd: de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;
e. directeur: de leidinggevende van een in het Organisatiebesluit BZK 2008 genoemd dienstonderdeel die rechtstreeks ressorteert onder een directeur-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, met uitzondering van de leidinggevenden die ressorteren onder de korpschef van het Korps landelijke politiediensten;
f. mandaat: de bevoegdheid om namens de Minister besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen;
g. werkterrein: het werkterrein en de taken van de betreffende functionaris en zijn dienstonderdeel overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2008.