BWBR0025254
Geldig vanaf 2009-02-01
Artikel 3.8
Mandaatbesluit BZK 2008
1. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal wordt diens mandaat volledig uitgeoefend door de plaatsvervangend secretaris-generaal.
2. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt het mandaat van de secretaris-generaal bij wijze van waarneming volledig uitgeoefend door de directeur-generaal die daartoe bij schriftelijk besluit van de secretaris-generaal in overeenstemming met de Minister is aangewezen.
Bij gebreke van voornoemd besluit of bij afwezigheid van de aangewezen directeur-generaal is een van de directeuren-generaal, met uitzondering van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van directeur-generaal, met de waarneming belast.
2. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt het mandaat van de secretaris-generaal bij wijze van waarneming volledig uitgeoefend door de directeur-generaal die daartoe bij schriftelijk besluit van de secretaris-generaal in overeenstemming met de Minister is aangewezen.
Bij gebreke van voornoemd besluit of bij afwezigheid van de aangewezen directeur-generaal is een van de directeuren-generaal, met uitzondering van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van directeur-generaal, met de waarneming belast.