BWBR0024932
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 2
Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties beëdigde tolken en vertalers
1. Het bestuur wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van de bevoegdheden en handelingen, bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 11, 12, 13, 17, 18, 19, 22, 23, 25, tweede lid, 27, 28, 29, 30, 30a, 31, 31b, 31c, 32, 34, tweede lid, 34c, en 35, van de wet, met inbegrip van de behandeling van klachten, het beslissen op bezwaar en op verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuuren het terzake voeren van gerechtelijke procedures.
2. Het bestuur wordt toegestaan het in het eerste lid verleende mandaat en machtiging geheel of gedeeltelijk door te geven aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen, de commissie beëdigde tolken en vertaler of de klachtencommissie.
2. Het bestuur wordt toegestaan het in het eerste lid verleende mandaat en machtiging geheel of gedeeltelijk door te geven aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen, de commissie beëdigde tolken en vertaler of de klachtencommissie.