BWBR0023066
Geldig vanaf 2015-12-02
Artikel 32
Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
1. Onverminderd de artikelen 20en 26, heeft de migrerende beroepsbeoefenaar het recht gebruik te maken van academische titels die aan de migrerende beroepsbeoefenaar zijn verleend in de betrokken staat van oorsprong of herkomst, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van die betrokken staat. Onze Minister die het aangaat kan voorschrijven dat deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of de examencommissie die de titel heeft verleend.
2. Indien een academische titel als bedoeld in het eerste lid kan worden verward met een titel waarvoor in Nederland een aanvullende opleiding is vereist die de migrerende beroepsbeoefenaar niet heeft gevolgd, kan Onze Minister die het aangaat voorschrijven dat de migrerende beroepsbeoefenaar de academische titel van de betrokken staat van oorsprong of herkomst voert in een door Onze Minister die het aangaat aangegeven passende vorm.
2. Indien een academische titel als bedoeld in het eerste lid kan worden verward met een titel waarvoor in Nederland een aanvullende opleiding is vereist die de migrerende beroepsbeoefenaar niet heeft gevolgd, kan Onze Minister die het aangaat voorschrijven dat de migrerende beroepsbeoefenaar de academische titel van de betrokken staat van oorsprong of herkomst voert in een door Onze Minister die het aangaat aangegeven passende vorm.