BWBR0024869
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 7
Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen
1. Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 19a, derde lid, van de wetwordt slechts verleend indien daarmee de uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen worden opgeheven of verminderd.
2. Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 19a, derde lid, van de wetwordt slechts verleend indien op grond van artikel 19a, tweede lid, van de weteen vervoersvoorziening is verleend.
3. Na beëindiging van de vervoersvoorziening, verleend op grond van artikel 19a, tweede lid, van de wet, wordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van UWV waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden.
2. Een leefvervoersvoorziening als bedoeld in artikel 19a, derde lid, van de wetwordt slechts verleend indien op grond van artikel 19a, tweede lid, van de weteen vervoersvoorziening is verleend.
3. Na beëindiging van de vervoersvoorziening, verleend op grond van artikel 19a, tweede lid, van de wet, wordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van UWV waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden.