1. Onder voorzieningen als bedoeld in
artikel 19a, tweede lid, van de wetworden uitsluitend verstaan:
a. vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de persoon, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de wet, zijn opleidingslocatie kan bereiken;
b. intermediaire activiteiten;
c. meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de opleidingslocatie en de bij de opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de persoon, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de wet, zijn afgestemd.
2. Onder voorzieningen als bedoeld in
artikel 19a, tweede en derde lid, van de wetworden niet verstaan:
a. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen bij of krachtens: 1°. de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
2°. de Wet op de expertisecentra, tenzij het gaat om intermediaire activiteiten voor leerlingen die ingeschreven zijn op een school behorend tot cluster 2, ten behoeve van het volgen van een stage of symbiose-onderwijs als bedoeld in artikel 9, respectievelijk artikel 12 van het Onderwijskundig besluit WEC, of om intermediaire activiteiten voor leerlingen die ingeschreven staan op een school behorend tot cluster 1, 3 of 4;
1°. de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
2°. de Wet op de expertisecentra, tenzij het gaat om intermediaire activiteiten voor leerlingen die ingeschreven zijn op een school behorend tot cluster 2, ten behoeve van het volgen van een stage of symbiose-onderwijs als bedoeld in artikel 9, respectievelijk artikel 12 van het Onderwijskundig besluit WEC, of om intermediaire activiteiten voor leerlingen die ingeschreven staan op een school behorend tot cluster 1, 3 of 4;
b. voorzieningen waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of aanvullingen op die voorzieningen waarvoor een eigen bijdrage wordt betaald, met uitzondering van bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddelen, genoemd in de Regeling zorgverzekering, voor zover die hulpmiddelen vrijwel uitsluitend worden gebruikt in de onderwijssituatie;
c. personele onderwijsfaciliteiten, waaronder in elk geval wordt verstaan activiteiten als remedial teaching, ambulante begeleiding of het geven van begeleidingslessen;
d. voorzieningen voor het vervoer van leerlingen naar en van school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020, tenzij artikel V van de Wet van 17 januari 2002 houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het vervoer van leerlingen (Stb. 59) van toepassing is;
e. voorzieningen die verband houden met dyslexie.