BWBR0024730
Geldig vanaf 2008-11-23
Artikel 8
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrechten frequentieruimte voor digitale omroep alsmede vaststelling van een maximum aan te verwerven digitale omroepfrequentieruimte
Indien na het tijdstip, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en voor de datum van vergunningverlening als bedoeld in artikel 28, eerste lid, de aanvrager frequentieruimte verkrijgt binnen de categorie digitale omroep als gevolg van een overdracht of een overgang, dan wel als gevolg van het feit dat een andere rechtspersoon of vennootschap die houder is van een vergunning binnen de categorie digitale omroep is gaan behoren tot de groep van de aanvrager, kan de Minister, voor zover noodzakelijk in afwijking van de artikelen 9 tot en met 28, de besluiten nemen die nodig zijn om te bereiken dat de aanvrager niet meer frequentieruimte kan verkrijgen dan de frequentieruimte, bedoeld in artikel 7, daaronder begrepen frequentieruimte die niet op basis van deze regeling wordt verdeeld. Hiertoe kan hij onder meer besluiten dat:
a. bij het vaststellen van schaarste de aanvraag van de aanvrager voor één of beide vergunningen niet wordt meegerekend;
b. de uitkomst van een of meer biedronden of een of meer biedingen ongeldig is;
c. een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden, of
d. een aanvraag van de aanvrager voor één of beide vergunningen wordt geweigerd.
a. bij het vaststellen van schaarste de aanvraag van de aanvrager voor één of beide vergunningen niet wordt meegerekend;
b. de uitkomst van een of meer biedronden of een of meer biedingen ongeldig is;
c. een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden, of
d. een aanvraag van de aanvrager voor één of beide vergunningen wordt geweigerd.