BWBR0024730
Geldig vanaf 2008-11-23
Artikel 21
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrechten frequentieruimte voor digitale omroep alsmede vaststelling van een maximum aan te verwerven digitale omroepfrequentieruimte
1. Een bod wordt uitgebracht door middel van een biedkaart die:
a. niet eerder dan het in artikel 19, eerste lid, aanhef en sub 1, onderscheidenlijk tweede lid, aanhef en onder b, sub 4, bedoelde tijdstip, en niet later dan het in artikel 19, eerste lid, aanhef en sub 2, onderscheidenlijk tweede lid, aanhef en onder b, sub 5, bedoelde tijdstip bij de Minister wordt ingeleverd;
b. wordt ingeleverd door een deelnemer die gerechtigd is in de betreffende ronde een bod uit te brengen op de betreffende vergunning dan wel op de betreffende vergunningen; en
c. volledig en op de juiste wijze is ingevuld en ondertekend.
2. De Minister stelt vast of degene die de biedkaart inlevert, gerechtigd is namens de deelnemer handelingen te verrichten in de veilingprocedure.
3. De Minister neemt een biedkaart niet in ontvangst:
a. indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, onder a;
b. indien de biedkaart wordt ingeleverd door een deelnemer die niet gerechtigd is een bod uit te brengen; of
c. van degene die niet gerechtigd is namens de deelnemer handelingen te verrichten in de veilingprocedure.
a. niet eerder dan het in artikel 19, eerste lid, aanhef en sub 1, onderscheidenlijk tweede lid, aanhef en onder b, sub 4, bedoelde tijdstip, en niet later dan het in artikel 19, eerste lid, aanhef en sub 2, onderscheidenlijk tweede lid, aanhef en onder b, sub 5, bedoelde tijdstip bij de Minister wordt ingeleverd;
b. wordt ingeleverd door een deelnemer die gerechtigd is in de betreffende ronde een bod uit te brengen op de betreffende vergunning dan wel op de betreffende vergunningen; en
c. volledig en op de juiste wijze is ingevuld en ondertekend.
2. De Minister stelt vast of degene die de biedkaart inlevert, gerechtigd is namens de deelnemer handelingen te verrichten in de veilingprocedure.
3. De Minister neemt een biedkaart niet in ontvangst:
a. indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, onder a;
b. indien de biedkaart wordt ingeleverd door een deelnemer die niet gerechtigd is een bod uit te brengen; of
c. van degene die niet gerechtigd is namens de deelnemer handelingen te verrichten in de veilingprocedure.