BWBR0024730
Geldig vanaf 2008-11-23
Artikel 3
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrechten frequentieruimte voor digitale omroep alsmede vaststelling van een maximum aan te verwerven digitale omroepfrequentieruimte
1. Degene die voor één of beide vergunningen in aanmerking wil komen, dient een aanvraag in.
2. In de aanvraag wordt aangegeven welke vergunning of vergunningen, bedoeld in artikel 2, wordt of worden aangevraagd.
3. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling.
4. De aanvraag bevat verder de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, en wordt overeenkomstig het model in die bijlageingedeeld.
5. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
6. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
7. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het zesde lid, mogen in afwijking van het vijfde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.
2. In de aanvraag wordt aangegeven welke vergunning of vergunningen, bedoeld in artikel 2, wordt of worden aangevraagd.
3. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling.
4. De aanvraag bevat verder de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, en wordt overeenkomstig het model in die bijlageingedeeld.
5. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
6. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
7. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het zesde lid, mogen in afwijking van het vijfde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.