BWBR0024501
Geldig vanaf 2011-05-30
Artikel 8
Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
1. De wijze waarop voor de toepassing van de paragrafen 2en 3van deze regeling voor een van de schooljaren 2005–2006 en 2007–2008 tot en met 2011–2012 per onderwijsinstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend per RMC-regio waarvoor door het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling voor die onderwijsinstelling een convenant is ondertekend, is opgenomen in bijlage Abij deze regeling.
2. De Minister past voor de schooljaren 2007–2008 tot en met 2011–2012 een correctie toe op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, indien sprake is van een onevenredige groei of krimp van het aantal leerlingen van een onderwijsinstelling ten opzichte van het schooljaar 2005–2006. De wijze waarop wordt vastgesteld of sprake is van onevenredige groei of krimp en de berekening van de correctie zijn opgenomen in bijlage Bbij deze regeling.
3. In afwijking van het eerste lid wordt bij de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, voor een van de schooljaren 2005–2006 en 2007–2008 tot en met 2011–2012 het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor een onderwijsinstelling dat woonachtig is in een RMC-regio waarvoor het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling geen convenant heeft ondertekend meegenomen, indien het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor die RMC-regio voor het schooljaar 2005–2006 kleiner is dan 35.
2. De Minister past voor de schooljaren 2007–2008 tot en met 2011–2012 een correctie toe op de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, indien sprake is van een onevenredige groei of krimp van het aantal leerlingen van een onderwijsinstelling ten opzichte van het schooljaar 2005–2006. De wijze waarop wordt vastgesteld of sprake is van onevenredige groei of krimp en de berekening van de correctie zijn opgenomen in bijlage Bbij deze regeling.
3. In afwijking van het eerste lid wordt bij de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, voor een van de schooljaren 2005–2006 en 2007–2008 tot en met 2011–2012 het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor een onderwijsinstelling dat woonachtig is in een RMC-regio waarvoor het bevoegd gezag van die onderwijsinstelling geen convenant heeft ondertekend meegenomen, indien het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor die onderwijsinstelling voor die RMC-regio voor het schooljaar 2005–2006 kleiner is dan 35.