BWBR0024501
Geldig vanaf 2011-05-30
Artikel 19a
Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
1. Het onderwijsprogramma dat in het jaar 2012 in een RMC-regio wordt uitgevoerd, bevat maatregelen die door de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 17, worden uitgevoerd en die zijn gericht op structurele borging van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het onderwijsproces van de onderwijsinstellingen.
2. De maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 bestaan uit ten hoogste vier maatregelen die zijn gericht op het bestrijden van voortijdig schoolverlaten voor de doelgroepen, opgenomen in bijlage Jbij deze regeling.
3. Het bevoegd gezag van de contactschool kiest de maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 op grond van de volgende uitgangspunten:
a. de maatregelen zijn gericht op doelgroepen waarvan het uitvalpercentage voor de betreffende RMC-regio hoger is dan het landelijke uitvalpercentage,
b. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages hoger liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio,
c. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages lager liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio.
4. De subsidie per maatregel bedraagt in het jaar 2012 ten hoogste € 5.000 per deelnemer.
5. Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het onderwijsprogramma op het formulier in bijlage Jbij deze regeling.
6. Onvoldoende gemotiveerde aanvragen worden afgewezen.
7. Indien het bevoegd gezag voor 2012 een maatregel kiest die onderdeel uitmaakt van een reeds eerder gekozen onderwijsprogramma voor de jaren 2008 tot en met 2011, motiveert het bevoegd gezag deze keuze op het formulier in bijlage Kbij deze regeling.
8. Het bevoegd gezag van de contactschool legt het onderwijsprogramma ter instemming voor aan de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio.
2. De maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 bestaan uit ten hoogste vier maatregelen die zijn gericht op het bestrijden van voortijdig schoolverlaten voor de doelgroepen, opgenomen in bijlage Jbij deze regeling.
3. Het bevoegd gezag van de contactschool kiest de maatregelen in het onderwijsprogramma voor het jaar 2012 op grond van de volgende uitgangspunten:
a. de maatregelen zijn gericht op doelgroepen waarvan het uitvalpercentage voor de betreffende RMC-regio hoger is dan het landelijke uitvalpercentage,
b. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages hoger liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio,
c. indien in de betreffende RMC-regio voor alle doelgroepen de uitvalpercentages lager liggen dan het landelijk uitvalpercentage, zijn de maatregelen gericht op doelgroepen met de hoogste aantallen uitvallers in de RMC-regio.
4. De subsidie per maatregel bedraagt in het jaar 2012 ten hoogste € 5.000 per deelnemer.
5. Het bevoegd gezag van de contactschool motiveert de keuze van de maatregelen in het onderwijsprogramma op het formulier in bijlage Jbij deze regeling.
6. Onvoldoende gemotiveerde aanvragen worden afgewezen.
7. Indien het bevoegd gezag voor 2012 een maatregel kiest die onderdeel uitmaakt van een reeds eerder gekozen onderwijsprogramma voor de jaren 2008 tot en met 2011, motiveert het bevoegd gezag deze keuze op het formulier in bijlage Kbij deze regeling.
8. Het bevoegd gezag van de contactschool legt het onderwijsprogramma ter instemming voor aan de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio.