BWBR0024394
Geldig vanaf 2009-12-01
Artikel 48a
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen
1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van werkloosheid is gelegen voor de inwerkingtreding van de Wet van 11 december 2019 tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met het verlengen van de werkingsduur van die wet en het verhogen van de toetredingsleeftijd (Stb. 2019, 481), blijft artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van toepassing zoals dat luidde op de dag voor die inwerkingtreding.
2. Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>is ontstaan voor de inwerkingtreding van de Wet van 11 december 2019 tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met het verlengen van de werkingsduur van die wet en het verhogen van de toetredingsleeftijd (Stb. 2019, 481) blijft artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van toepassing zoals dat luidde op de dag voor die inwerkingtreding.
2. Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>is ontstaan voor de inwerkingtreding van de Wet van 11 december 2019 tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met het verlengen van de werkingsduur van die wet en het verhogen van de toetredingsleeftijd (Stb. 2019, 481) blijft artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van toepassing zoals dat luidde op de dag voor die inwerkingtreding.