BWBR0024394
Geldig vanaf 2009-12-01
Artikel 29
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen
1. Na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde wordt met ingang van de dag na het overlijden een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde;
b. bij ontstentenis van de echtgenoot, aan het minderjarige kind of de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde.
2. De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering over een periode van één kalendermaand, berekend naar de hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 3a, eerste lid.
3. In verband met het overlijden van de uitkeringsgerechtigde is artikel 6, eerste lid, onderdeel f, niet van toepassing.
4. De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in het eerste lid, door het UWV uitbetaald.
5. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan uitkering dat over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
6. De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag.
7. De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
a. aan de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde;
b. bij ontstentenis van de echtgenoot, aan het minderjarige kind of de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde.
2. De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering over een periode van één kalendermaand, berekend naar de hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 3a, eerste lid.
3. In verband met het overlijden van de uitkeringsgerechtigde is artikel 6, eerste lid, onderdeel f, niet van toepassing.
4. De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden, genoemd in het eerste lid, door het UWV uitbetaald.
5. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan uitkering dat over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
6. De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag.
7. De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.