BWBR0024246
Geldig vanaf 2008-07-24
Artikel 19
Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing
1. De Minister verschaft op verzoek van de aanvrager een standaardaanvraagformulier. De aanvrager dient bovendien een verklaring van het bevoegd gezag waar de aanvrager in dienst is, te overleggen waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b.
2. Indien de leraar tevens een aanvraag voor studieverlof indient, dient hij een verklaring van het bevoegd gezag van de school of instelling waar de leraar in dienst is, bij te voegen waarin het bevoegd gezag verklaart dat hij het studieverlof zal verlenen.
3. Indien de aanvrager geen verklaring overlegt van het bevoegd gezag waar hij in dienst is, dient hij aan de Minister in ieder geval de volgende informatie te verschaffen:
a. informatie waaruit de onderwijsbevoegdheid van de aanvrager op het moment van aanvraag blijkt;
b. informatie waaruit het dienstverband van de aanvrager blijkt alsmede de duur ervan blijkt;
c. informatie waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan artikel 3, tweede lid, onderdeel e.
2. Indien de leraar tevens een aanvraag voor studieverlof indient, dient hij een verklaring van het bevoegd gezag van de school of instelling waar de leraar in dienst is, bij te voegen waarin het bevoegd gezag verklaart dat hij het studieverlof zal verlenen.
3. Indien de aanvrager geen verklaring overlegt van het bevoegd gezag waar hij in dienst is, dient hij aan de Minister in ieder geval de volgende informatie te verschaffen:
a. informatie waaruit de onderwijsbevoegdheid van de aanvrager op het moment van aanvraag blijkt;
b. informatie waaruit het dienstverband van de aanvrager blijkt alsmede de duur ervan blijkt;
c. informatie waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan artikel 3, tweede lid, onderdeel e.