BWBR0024246
Geldig vanaf 2008-07-24
Artikel 10
Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing
1. Voor subsidie op grond van deze regeling komen de volgende opleidingen in aanmerking:
a. bachelor- of masteropleidingen voor leraren primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie gericht op het voldoen aan een andere set van bekwaamheidseisen dan de set waaraan hij blijkens een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, al voldoet dan wel, op grond van artikel XI, eerste lid van de Wet op de beroepen in het onderwijs, is aangemerkt als te hebben voldaan;
b. opleidingen waarmee een leraar in het hoger beroepsonderwijs een voor zijn vak relevante bachelor, hbo-master of wo-master kan behalen;
c. opleidingen die erop gericht zijn dat de voor zijn werk bevoegde leraar in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs en volwasseneneducatie een andere, voor zijn vak relevante graad behaalt;
d. opleidingen die gericht zijn op het verwerven van extra bekwaamheden, maar niet gericht op het verkrijgen van een andere onderwijsbevoegdheid of graad.
2. Promotietrajecten komen niet voor subsidie in aanmerking.
3. De Minister stelt in bijlage Ivoor de eerste aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4, tweede lid onderdeel ater zake van de opleidingen bedoeld in het eerste lid onderdeel d, een limitatieve lijst van opleidingen vast die in aanmerking komen voor subsidie. Voor de aanvraagtermijn bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel bgeldt dat deze lijst opnieuw wordt vastgesteld.
4. Voor de tweede aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, gelden ten aanzien van de opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de volgende criteria:
a) de opleiding moet gericht zijn op de bevoegde leraar;
b) de opleiding heeft een minimale studiebelasting van 200 uur en minimaal 40 contacturen;
c) de opleiding moet worden afgesloten met een getuigschrift, certificaat of diploma;
d) opleidingen gericht op het behalen van de bevoegdheid bewegingsonderwijs zijn uitgesloten van de regeling.
Ongeacht de onder a tot en met d genoemde criteria, komen opleidingen die tot 8 juli 2008 zijn opgenomen op de lijst, bedoeld in het derde lid, in aanmerking voor subsidie in het kader van deze regeling. Hierbij geldt de subsidie voor maximaal één jaar, ter dekking van de kosten van het eerste studiejaar.
5. Aanvragen voor opleidingen die niet voldoen aan de eisen gesteld in dit artikel worden afgewezen.
a. bachelor- of masteropleidingen voor leraren primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie gericht op het voldoen aan een andere set van bekwaamheidseisen dan de set waaraan hij blijkens een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, al voldoet dan wel, op grond van artikel XI, eerste lid van de Wet op de beroepen in het onderwijs, is aangemerkt als te hebben voldaan;
b. opleidingen waarmee een leraar in het hoger beroepsonderwijs een voor zijn vak relevante bachelor, hbo-master of wo-master kan behalen;
c. opleidingen die erop gericht zijn dat de voor zijn werk bevoegde leraar in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs en volwasseneneducatie een andere, voor zijn vak relevante graad behaalt;
d. opleidingen die gericht zijn op het verwerven van extra bekwaamheden, maar niet gericht op het verkrijgen van een andere onderwijsbevoegdheid of graad.
2. Promotietrajecten komen niet voor subsidie in aanmerking.
3. De Minister stelt in bijlage Ivoor de eerste aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4, tweede lid onderdeel ater zake van de opleidingen bedoeld in het eerste lid onderdeel d, een limitatieve lijst van opleidingen vast die in aanmerking komen voor subsidie. Voor de aanvraagtermijn bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel bgeldt dat deze lijst opnieuw wordt vastgesteld.
4. Voor de tweede aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, gelden ten aanzien van de opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de volgende criteria:
a) de opleiding moet gericht zijn op de bevoegde leraar;
b) de opleiding heeft een minimale studiebelasting van 200 uur en minimaal 40 contacturen;
c) de opleiding moet worden afgesloten met een getuigschrift, certificaat of diploma;
d) opleidingen gericht op het behalen van de bevoegdheid bewegingsonderwijs zijn uitgesloten van de regeling.
Ongeacht de onder a tot en met d genoemde criteria, komen opleidingen die tot 8 juli 2008 zijn opgenomen op de lijst, bedoeld in het derde lid, in aanmerking voor subsidie in het kader van deze regeling. Hierbij geldt de subsidie voor maximaal één jaar, ter dekking van de kosten van het eerste studiejaar.
5. Aanvragen voor opleidingen die niet voldoen aan de eisen gesteld in dit artikel worden afgewezen.