BWBR0024171
Geldig vanaf 2008-07-16
Artikel 3.6
Subsidieregeling emancipatie
1. Subsidie wordt slechts verstrekt indien een project uitvoering geeft aan en in belangrijke mate bijdraagt aan een in het huidige kabinetsbeleid neergelegde emancipatiedoelstelling of -activiteit en past binnen het beschikbare budget.
2. In verband met het subsidieplafond , bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, kan de Minister een termijn van indiening bepalen. In dat geval voorziet de Minister in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de projectsubsidie.
3. Indien de Minister geen indieningtermijn als bedoeld in het eerste lid vaststelt, wordt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor projectsubsidies verdeeld.
4. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid, onder b, de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
2. In verband met het subsidieplafond , bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, kan de Minister een termijn van indiening bepalen. In dat geval voorziet de Minister in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de projectsubsidie.
3. Indien de Minister geen indieningtermijn als bedoeld in het eerste lid vaststelt, wordt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor projectsubsidies verdeeld.
4. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid, onder b, de dag waarop de aanvraag is aangevuld.