1. Een aanvraag voor een subsidie wordt geweigerd indien de Minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan, mede gelet op de voor emancipatie van vrouwen en meisjes en homo-emancipatie beschikbare financiële middelen, niet of onvoldoende past binnen zijn beleid, zoals is neergelegd in de nota’s op het terrein van emancipatie van vrouwen en meisjes en homo-emancipatie.
2. Voorts wordt de subsidie, onverminderd
artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, geweigerd indien de Minister van oordeel is dat:
a. onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van de subsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;
b. te verwachten is dat de met de subsidie beoogde doeleinden niet zullen worden bereikt;
c. de aanvrager de behoefte aan subsidie niet heeft aangetoond;
d. subsidie voor dit soort activiteiten reeds is verstrekt; of
e. het project reeds is afgerond.