BWBR0024171
Geldig vanaf 2008-07-16
Artikel 1.7
Subsidieregeling emancipatie
1. Het subsidieplafond is gelijk aan het bedrag voor de operationele doelstelling ‘Het versterken van het emancipatieproces in de samenleving’ in de programma-uitgaven in de ten tijde van de aanvraag geldende Rijksbegroting OCW, artikel 25 Emancipatie, voor de betreffende jaren verdeeld naar de verschillende operationele doelstellingen betreffende emancipatie dan wel homo-emancipatie.
2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor de subsidieontvangers genoemd onder a tot en met e voor het boekjaar 2009 maximaal:
a. voor het COC: € 300.000,–;
b. voor Stichting Aletta: € 1.858.610,–;
c. voor Stichting Her World: € 150.000,–;
d. voor E-Quality: € 2.064.998,–;
e. voor IHLIA: € 134.000,–.
3. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor de subsidieontvangers genoemd onder a tot en met g voor de boekjaren 2010 en 2011 maximaal:
a. voor het COC: € 800.000,– voor het boekjaar 2010 en € 800.000,– het boekjaar 2011;
b. voor Stichting Aletta: € 1.672.749,– voor het boekjaar 2010 en € 1.672.749,– voor het boekjaar 2011;
c. voor Stichting Her World: € 150.000,– voor het boekjaar 2010 en € 150.000,– voor het boekjaar 2011;
d. voor E-Quality: € 1.858.498,– voor het boekjaar 2010 en € 1.858.498,– voor het boekjaar 2011;
e. voor IHLIA: € 300.000,– voor het boekjaar 2010 en € 300.000,– voor het boekjaar 2011;
f. voor het TNN: € 100.000,– voor het boekjaar 2010 en € 100.000,– voor het boekjaar 2011;
g. voor de NVR: € 150.000,– voor het boekjaar 2010 en € 150.000,– voor het boekjaar 2011.
4. De Minster kan voor de boekjaren 2010 en verder bovenop de maximale subsidiebedragen in het derde lid loon- en prijscompensatie toekennen aan de instellingen genoemd in de artikelen 2.1 tot en met 2.7.
2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor de subsidieontvangers genoemd onder a tot en met e voor het boekjaar 2009 maximaal:
a. voor het COC: € 300.000,–;
b. voor Stichting Aletta: € 1.858.610,–;
c. voor Stichting Her World: € 150.000,–;
d. voor E-Quality: € 2.064.998,–;
e. voor IHLIA: € 134.000,–.
3. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid bedraagt het maximaal beschikbare subsidiebedrag voor de subsidieontvangers genoemd onder a tot en met g voor de boekjaren 2010 en 2011 maximaal:
a. voor het COC: € 800.000,– voor het boekjaar 2010 en € 800.000,– het boekjaar 2011;
b. voor Stichting Aletta: € 1.672.749,– voor het boekjaar 2010 en € 1.672.749,– voor het boekjaar 2011;
c. voor Stichting Her World: € 150.000,– voor het boekjaar 2010 en € 150.000,– voor het boekjaar 2011;
d. voor E-Quality: € 1.858.498,– voor het boekjaar 2010 en € 1.858.498,– voor het boekjaar 2011;
e. voor IHLIA: € 300.000,– voor het boekjaar 2010 en € 300.000,– voor het boekjaar 2011;
f. voor het TNN: € 100.000,– voor het boekjaar 2010 en € 100.000,– voor het boekjaar 2011;
g. voor de NVR: € 150.000,– voor het boekjaar 2010 en € 150.000,– voor het boekjaar 2011.
4. De Minster kan voor de boekjaren 2010 en verder bovenop de maximale subsidiebedragen in het derde lid loon- en prijscompensatie toekennen aan de instellingen genoemd in de artikelen 2.1 tot en met 2.7.