BWBR0023064
Geldig vanaf 2010-12-16
Artikel 3.1
Regeling dierlijke bijproducten 2008
Als categorie 1- materiaal of categorie 2-materiaal, bedoeld in artikel 81g, van de wet, wordt aangewezen categorie 1- materiaal of categorie 2-materiaal met uitzondering van:
a. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van verordening (EG) nr. 1774/2002;
b. kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002 worden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
c. kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002 worden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
d. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal;
e. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf;
f. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten overeenkomstig artikel 2.12, tweede lid;
g. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 878/2004, mits voldaan is aan de voorwaarden uit verordening (EG) nr. 878/2004.
a. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van verordening (EG) nr. 1774/2002;
b. kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002 worden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
c. kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002 worden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
d. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal;
e. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf;
f. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten overeenkomstig artikel 2.12, tweede lid;
g. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening (EG) nr. 878/2004, mits voldaan is aan de voorwaarden uit verordening (EG) nr. 878/2004.