BWBR0023025
Geldig vanaf 2007-12-29
Artikel 4.56
Waterschapsbesluit
1. In de toelichting op de balans worden de overlopende passiva gespecificeerd in:
a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen;
b. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;
c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.
2. De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van:
a. Europese overheidslichamen;
b. het Rijk;
c. overige Nederlandse overheidslichamen.
3. Van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt in de toelichting op de balans per uitkering met een specifiek bestedingsdoel, in een overzicht het verloop gedurende het jaar weergegeven. Uit het overzicht blijkt:
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de ontvangen bedragen;
c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen;
d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen;
b. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;
c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.
2. De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van:
a. Europese overheidslichamen;
b. het Rijk;
c. overige Nederlandse overheidslichamen.
3. Van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt in de toelichting op de balans per uitkering met een specifiek bestedingsdoel, in een overzicht het verloop gedurende het jaar weergegeven. Uit het overzicht blijkt:
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de ontvangen bedragen;
c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen;
d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.