BWBR0023025
Geldig vanaf 2007-12-29
Artikel 4.14
Waterschapsbesluit
1. In de paragraaf uiteenzetting van de financiële positie, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel a, wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan:
a. de financiering, waarbij wordt ingegaan op in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen wordt toegerekend en de financieringsbehoefte;
b. het weerstandsvermogen en de risicobeheersing, waarbij tenminste ingegaan wordt op: 1°. een inventarisatie van de risico’s,
2°. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit,
3°. het beleid omtrent de risico’s en de weerstandscapaciteit;
1°. een inventarisatie van de risico’s,
2°. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit,
3°. het beleid omtrent de risico’s en de weerstandscapaciteit;
c. de stand en het gespecificeerde verloop van de bestemmingsreserves, waarbij wordt ingegaan op het beroep dat op de bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel b, wordt gedaan in het kader van het begrotingsevenwicht in meerjarig perspectief;
d. de stand en het gespecificeerde verloop van de overige bestemmingsreserves, waarbij wordt ingegaan op het beroep dat op de overige bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel c, wordt gedaan;
e. de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen, waarbij wordt ingegaan op de bedragen die rechtstreeks aan voorzieningen worden onttrokken;
f. de volgende kengetallen, waarbij een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie plaatsvindt: 1°. weerstandsvermogen,
2°. nettoschuldquote,
3°. EMU-saldo,
4°. wendbaarheid van de begroting,
5°. lastendruk.
1°. weerstandsvermogen,
2°. nettoschuldquote,
3°. EMU-saldo,
4°. wendbaarheid van de begroting,
5°. lastendruk.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in de begroting worden opgenomen.
a. de financiering, waarbij wordt ingegaan op in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen wordt toegerekend en de financieringsbehoefte;
b. het weerstandsvermogen en de risicobeheersing, waarbij tenminste ingegaan wordt op: 1°. een inventarisatie van de risico’s,
2°. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit,
3°. het beleid omtrent de risico’s en de weerstandscapaciteit;
1°. een inventarisatie van de risico’s,
2°. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit,
3°. het beleid omtrent de risico’s en de weerstandscapaciteit;
c. de stand en het gespecificeerde verloop van de bestemmingsreserves, waarbij wordt ingegaan op het beroep dat op de bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel b, wordt gedaan in het kader van het begrotingsevenwicht in meerjarig perspectief;
d. de stand en het gespecificeerde verloop van de overige bestemmingsreserves, waarbij wordt ingegaan op het beroep dat op de overige bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel c, wordt gedaan;
e. de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen, waarbij wordt ingegaan op de bedragen die rechtstreeks aan voorzieningen worden onttrokken;
f. de volgende kengetallen, waarbij een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie plaatsvindt: 1°. weerstandsvermogen,
2°. nettoschuldquote,
3°. EMU-saldo,
4°. wendbaarheid van de begroting,
5°. lastendruk.
1°. weerstandsvermogen,
2°. nettoschuldquote,
3°. EMU-saldo,
4°. wendbaarheid van de begroting,
5°. lastendruk.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, door waterschappen worden berekend en in de begroting worden opgenomen.