BWBR0023025
Geldig vanaf 2007-12-29
Artikel 4.53
Waterschapsbesluit
1. In de toelichting op de balans worden de vaste schulden afzonderlijk gespecificeerd in:
a. obligatieleningen;
b. onderhandse leningen van: 1°. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen,
2°. binnenlandse banken en overige financiële instellingen,
3°. binnenlandse bedrijven,
4°. openbare lichamen,
5°. overige binnenlandse sectoren,
6°. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren;
1°. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen,
2°. binnenlandse banken en overige financiële instellingen,
3°. binnenlandse bedrijven,
4°. openbare lichamen,
5°. overige binnenlandse sectoren,
6°. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren;
c. door derden belegde gelden;
d. financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet financiering decentrale overheden, op vaste schulden;
e. langlopende financiële leaseverplichtingen;
f. waarborgsommen;
g. vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
2. In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in het eerste lid.
3. Indien een waterschap een financieel derivaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, hanteert, wordt in de toelichting op de balans in ieder geval vermeld:
a. de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten;
b. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend;
c. in het geval van een niet-effectieve positie: in welk mate sprake is van een niet-effectieve positie, de maatregelen die zijn genomen om de niet-effectieve positie ongedaan te maken en de termijn die naar verwachting nodig is om de niet-effectieve positie ongedaan te maken.
a. obligatieleningen;
b. onderhandse leningen van: 1°. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen,
2°. binnenlandse banken en overige financiële instellingen,
3°. binnenlandse bedrijven,
4°. openbare lichamen,
5°. overige binnenlandse sectoren,
6°. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren;
1°. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen,
2°. binnenlandse banken en overige financiële instellingen,
3°. binnenlandse bedrijven,
4°. openbare lichamen,
5°. overige binnenlandse sectoren,
6°. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren;
c. door derden belegde gelden;
d. financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet financiering decentrale overheden, op vaste schulden;
e. langlopende financiële leaseverplichtingen;
f. waarborgsommen;
g. vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
2. In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in het eerste lid.
3. Indien een waterschap een financieel derivaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, hanteert, wordt in de toelichting op de balans in ieder geval vermeld:
a. de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten;
b. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend;
c. in het geval van een niet-effectieve positie: in welk mate sprake is van een niet-effectieve positie, de maatregelen die zijn genomen om de niet-effectieve positie ongedaan te maken en de termijn die naar verwachting nodig is om de niet-effectieve positie ongedaan te maken.