BWBR0022975
Geldig vanaf 2013-11-30
Artikel 5.2.1
Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten
1. De houder van schapen of geiten op een bedrijf als bedoeld in artikel 5.1.2en artikel 5.1.5, vierde lid, laat de schapen of geiten elk kalenderjaar voor 1 augustus tegen Q-koorts vaccineren.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. schapen of geiten die in het eerste levensjaar worden geslacht en geen ander dier dekken dan wel zelf niet gedekt worden;
b. schapen of geiten jonger dan drie maanden.
3. Onverminderd het eerste lid laat de houder schapen of geiten die nog niet eerder tegen Q-koorts gevaccineerd zijn, vaccineren uiterlijk drie weken voordat deze dieren:
a. een ander dier dekken dan wel zelf gedekt worden;
b. geïnsemineerd worden of
c. naar een ander bedrijf als bedoeld in artikel 5.1.2 en 5.1.5, vierde lid, locatie met een publieksfunctie, evenement, tentoonstelling of keuring afgevoerd worden.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op schapen of geiten die langer dan een jaar geleden voor de in het derde lid, onderdelen a, b, en c, genoemde handelingen gevaccineerd zijn.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. schapen of geiten die in het eerste levensjaar worden geslacht en geen ander dier dekken dan wel zelf niet gedekt worden;
b. schapen of geiten jonger dan drie maanden.
3. Onverminderd het eerste lid laat de houder schapen of geiten die nog niet eerder tegen Q-koorts gevaccineerd zijn, vaccineren uiterlijk drie weken voordat deze dieren:
a. een ander dier dekken dan wel zelf gedekt worden;
b. geïnsemineerd worden of
c. naar een ander bedrijf als bedoeld in artikel 5.1.2 en 5.1.5, vierde lid, locatie met een publieksfunctie, evenement, tentoonstelling of keuring afgevoerd worden.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op schapen of geiten die langer dan een jaar geleden voor de in het derde lid, onderdelen a, b, en c, genoemde handelingen gevaccineerd zijn.