BWBR0022975
Geldig vanaf 2013-11-30
Artikel 5.1.13
Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten
1. Van het verbod, bedoeld in artikel 29 van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de afvoer van schapen of geiten:
a. rechtstreeks naar het slachthuis;
b. indien het lammeren jonger dan vier weken betreft, naar een bedrijf waar lammeren worden afgemest ten behoeve van de slacht, of
c. indien het lammeren jonger dan vier maanden betreft, naar een bedrijf waar deze dieren worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie, mits: 1°. op dit bedrijf geen schapen of geiten aanwezig zijn die afkomstig zijn van andere bedrijven, en
2°. deze dieren van het bedrijf waar ze worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie slechts worden afgevoerd naar het bedrijf waarvan ze afkomstig waren of rechtstreeks naar het slachthuis.
1°. op dit bedrijf geen schapen of geiten aanwezig zijn die afkomstig zijn van andere bedrijven, en
2°. deze dieren van het bedrijf waar ze worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie slechts worden afgevoerd naar het bedrijf waarvan ze afkomstig waren of rechtstreeks naar het slachthuis.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is het toegestaan om overeenkomstig artikel 37 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, schapen of geiten afkomstig van verschillende plaatsen bijeen te brengen op een vervoerseenheid of vervoermiddel.
a. rechtstreeks naar het slachthuis;
b. indien het lammeren jonger dan vier weken betreft, naar een bedrijf waar lammeren worden afgemest ten behoeve van de slacht, of
c. indien het lammeren jonger dan vier maanden betreft, naar een bedrijf waar deze dieren worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie, mits: 1°. op dit bedrijf geen schapen of geiten aanwezig zijn die afkomstig zijn van andere bedrijven, en
2°. deze dieren van het bedrijf waar ze worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie slechts worden afgevoerd naar het bedrijf waarvan ze afkomstig waren of rechtstreeks naar het slachthuis.
1°. op dit bedrijf geen schapen of geiten aanwezig zijn die afkomstig zijn van andere bedrijven, en
2°. deze dieren van het bedrijf waar ze worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie slechts worden afgevoerd naar het bedrijf waarvan ze afkomstig waren of rechtstreeks naar het slachthuis.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is het toegestaan om overeenkomstig artikel 37 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, schapen of geiten afkomstig van verschillende plaatsen bijeen te brengen op een vervoerseenheid of vervoermiddel.