BWBR0022975
Geldig vanaf 2013-11-30
Artikel 5.1.5
Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten
1. De artikelen 5.1.5a, 5.1.5b, 5.1.7, 5.1.9, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b, 5.1.10en 5.1.11zijn van toepassing op bedrijven in de periode vanaf het tijdstip waarop de verdenking van besmetting met Q-koorts op grond van artikel 24 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenin samenhang met artikel 2 van het Besluit verdachte dierenis ontstaan tot het moment waarop de verdenking is beëindigd op grond van artikel 24 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in samenhang met artikel 4, onderdeel b, van het Besluit verdachte dieren.
2. De artikelen 5.1.5a, 5.1.5b, 5.1.7, 5.1.9, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b, 5.1.10en 5.1.11azijn van toepassing op bedrijven in de periode vanaf het tijdstip waarop op het bedrijf een besmetting met Q-koorts op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenis geconstateerd tot het moment waarop het bedrijf op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vrij van de besmetting met Q-koorts is verklaard.
3. De artikelen 5.1.5a, 5.1.5b, 5.1.7en 5.1.9zijn van toepassing op andere bedrijven, dan bedoeld in het eerste en tweede lid, waar meer dan 50 schapen of geiten gehouden worden ten behoeve van de bedrijfsmatige melkproductie.
4. De artikelen 5.1.5aen 5.1.5bzijn van toepassing op andere bedrijven, dan bedoeld in het eerste en tweede lid, waar meer dan 50 schapen of geiten worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie.
2. De artikelen 5.1.5a, 5.1.5b, 5.1.7, 5.1.9, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b, 5.1.10en 5.1.11azijn van toepassing op bedrijven in de periode vanaf het tijdstip waarop op het bedrijf een besmetting met Q-koorts op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenis geconstateerd tot het moment waarop het bedrijf op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vrij van de besmetting met Q-koorts is verklaard.
3. De artikelen 5.1.5a, 5.1.5b, 5.1.7en 5.1.9zijn van toepassing op andere bedrijven, dan bedoeld in het eerste en tweede lid, waar meer dan 50 schapen of geiten gehouden worden ten behoeve van de bedrijfsmatige melkproductie.
4. De artikelen 5.1.5aen 5.1.5bzijn van toepassing op andere bedrijven, dan bedoeld in het eerste en tweede lid, waar meer dan 50 schapen of geiten worden opgefokt ten behoeve van de melkproductie.