BWBR0022975
Geldig vanaf 2013-11-30
Artikel 5.1.12
Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten
1. Onverminderd artikel 5.1.5bis het verboden geiten of schapen te insemineren of te laten bevruchten of op zodanige wijze te houden dat bevruchting van geiten of schapen kan plaatsvinden:
a. die tussen het tijdstip waarop op het bedrijf een besmetting met Q-koorts op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is geconstateerd en 1 juni 2010 aanwezig zijn geweest op dat bedrijf, indien de besmetting is geconstateerd voor 1 juni 2010;
b. die tussen het tijdstip waarop op het bedrijf een besmetting met Q-koorts op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is geconstateerd en het moment dat alle geiten of schapen op het bedrijf zijn gevaccineerd § 5.2, aanwezig zijn geweest op dat bedrijf, indien die besmetting op of na 1 juni 2010 is geconstateerd en op dat moment nog niet alle geiten of schapen op het bedrijf waren gevaccineerd § 5.2.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op vrouwelijke geiten of vrouwelijke schapen geboren op of na 1 juli 2009.
a. die tussen het tijdstip waarop op het bedrijf een besmetting met Q-koorts op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is geconstateerd en 1 juni 2010 aanwezig zijn geweest op dat bedrijf, indien de besmetting is geconstateerd voor 1 juni 2010;
b. die tussen het tijdstip waarop op het bedrijf een besmetting met Q-koorts op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is geconstateerd en het moment dat alle geiten of schapen op het bedrijf zijn gevaccineerd § 5.2, aanwezig zijn geweest op dat bedrijf, indien die besmetting op of na 1 juni 2010 is geconstateerd en op dat moment nog niet alle geiten of schapen op het bedrijf waren gevaccineerd § 5.2.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op vrouwelijke geiten of vrouwelijke schapen geboren op of na 1 juli 2009.