BWBR0022841
Geldig vanaf 2023-04-01
Artikel 7
Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis
1. De instellingssubsidie wordt berekend door het totaal beschikbare subsidieplafond, zoals opgenomen in de hierna volgende tabel, zodanig te verdelen onder de instellingen waaraan de instellingssubsidie wordt verstrekt dat elke instelling per cliënt hetzelfde percentage van het desbetreffende maximumbedrag, genoemd in artikel 6ontvangt.
[tabel]
2. Bij de berekening van de instellingssubsidie wordt het aantal cliënten van de instelling bepaald door het gemiddeld aantal cliënten per jaar in de referentieperiode. Indien meerdere malen dezelfde palliatieve terminale zorg, bedoeld in artikel 6, is verleend aan een cliënt, wordt deze voor de bepaling van het aantal cliënten voor één cliënt gerekend.
3. In afwijking van het tweede lid telt een cliënt aan wie meerdere vormen van palliatieve terminale zorg, als bedoeld in artikel 6, is verleend, voor de bepaling van het aantal cliënten mee als één cliënt per vorm van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers.
[tabel]
2. Bij de berekening van de instellingssubsidie wordt het aantal cliënten van de instelling bepaald door het gemiddeld aantal cliënten per jaar in de referentieperiode. Indien meerdere malen dezelfde palliatieve terminale zorg, bedoeld in artikel 6, is verleend aan een cliënt, wordt deze voor de bepaling van het aantal cliënten voor één cliënt gerekend.
3. In afwijking van het tweede lid telt een cliënt aan wie meerdere vormen van palliatieve terminale zorg, als bedoeld in artikel 6, is verleend, voor de bepaling van het aantal cliënten mee als één cliënt per vorm van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers.