BWBR0022841
Geldig vanaf 2023-04-01
Artikel 29
Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis
1. De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 2genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor het in de regio voor geestelijke verzorging thuis zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan geestelijk verzorgers en de daarmee samenhangende coördinerende activiteiten, ten behoeve van meerderjarige palliatieve patiënten en hun naasten en mensen van 50 jaar en ouder.
2. De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 2genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor het in de regio van een netwerk integrale kindzorg zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan rouw- en verliesbegeleiders en geestelijk verzorgers en de daarmee samenhangende coördinerende activiteiten, ten behoeve van ernstig zieke kinderen en hun naasten en het zorgdragen voor de betaling aan rouw- en verliesbegeleiders ten behoeve van kinderen met een volwassen naaste die palliatieve patiënt is.
3. Het zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan geestelijke verzorgers en verlies- en rouwbegeleiders als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt aangewezen als dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie.
2. De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 2genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor het in de regio van een netwerk integrale kindzorg zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan rouw- en verliesbegeleiders en geestelijk verzorgers en de daarmee samenhangende coördinerende activiteiten, ten behoeve van ernstig zieke kinderen en hun naasten en het zorgdragen voor de betaling aan rouw- en verliesbegeleiders ten behoeve van kinderen met een volwassen naaste die palliatieve patiënt is.
3. Het zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan geestelijke verzorgers en verlies- en rouwbegeleiders als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt aangewezen als dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie.