Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
– school: uit ’s Rijks kas bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
– bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
– Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs;
– Eindexamenbesluit: het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.;
– Inrichtingsbesluit: het Inrichtingsbesluit W.V.O.;
– Stichting LOOT: de stichting Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport;
– Olympisch Netwerk: regionale samenwerking van lokale partijen welke zich inzetten voor de professionalisering van de sport;
– LOOT-leerling: de leerling die als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven bij de school en die door een Olympisch Netwerk of sportkoepel NOC*NSF als topsporter op tenminste toptalentniveau is aangewezen.
– school: uit ’s Rijks kas bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
– bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
– Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs;
– Eindexamenbesluit: het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.;
– Inrichtingsbesluit: het Inrichtingsbesluit W.V.O.;
– Stichting LOOT: de stichting Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport;
– Olympisch Netwerk: regionale samenwerking van lokale partijen welke zich inzetten voor de professionalisering van de sport;
– LOOT-leerling: de leerling die als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven bij de school en die door een Olympisch Netwerk of sportkoepel NOC*NSF als topsporter op tenminste toptalentniveau is aangewezen.