BWBR0022499
Geldig vanaf 2007-09-12
Artikel 2
Subsidieregeling aanpak zwerfafval
1. Op grond van deze regeling kan aan een gemeente, een stadsdeel of een samenwerkingsverband van gemeenten of stadsdelen subsidie worden verstrekt voor een basisproject of een plusproject, gericht op een structurele en integrale aanpak van zwerfafval.
2. Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor een proeftuinproject, gericht op een innovatieve aanpak van zwerfafval, aan:
a. een beheerder van een voor het publiek vrij toegankelijke ruimte;
b. een instelling of organisatie die een direct en structureel belang heeft bij de schoonheid van een vrij toegankelijke ruimte, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, of
c. een samenwerkingsverband waarvan ten minste een partij als bedoeld in onderdeel a of b, deel uitmaakt.
3. Subsidie aan een onderneming, al dan niet als partij bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, kan uitsluitend worden verstrekt als de-minimissteun als bedoeld in de verordening.
4. Een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwetkan geen partij zijn bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
2. Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor een proeftuinproject, gericht op een innovatieve aanpak van zwerfafval, aan:
a. een beheerder van een voor het publiek vrij toegankelijke ruimte;
b. een instelling of organisatie die een direct en structureel belang heeft bij de schoonheid van een vrij toegankelijke ruimte, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, of
c. een samenwerkingsverband waarvan ten minste een partij als bedoeld in onderdeel a of b, deel uitmaakt.
3. Subsidie aan een onderneming, al dan niet als partij bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, kan uitsluitend worden verstrekt als de-minimissteun als bedoeld in de verordening.
4. Een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwetkan geen partij zijn bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.