BWBR0022405
Geldig vanaf 2007-08-18
Artikel 5
Subsidieregeling opkomende markten 2007 en 2008
1. Er is een Adviescommissie Opkomende Markten, die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een innovatieproject.
2. De adviescommissie adviseert op verzoek van de Minister over de toepassing van de gronden, genoemd in artikel 15 van de kaderregeling.
3. De Minister wint over aanvragen om een subsidie voor een innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingof artikel 2, derde lid, afwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.
4. De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innovatieproject hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de volgende criteria:
a. technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van een project, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van de onderzoeksorganisaties;
c. de verwachte economische waarde van de projectresultaten, de aansluiting bij de doelstellingen van de deelnemende partijen en de uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten.
5. Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid genoemde criteria even zwaar.
2. De adviescommissie adviseert op verzoek van de Minister over de toepassing van de gronden, genoemd in artikel 15 van de kaderregeling.
3. De Minister wint over aanvragen om een subsidie voor een innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingof artikel 2, derde lid, afwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.
4. De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innovatieproject hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de volgende criteria:
a. technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van een project, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van de onderzoeksorganisaties;
c. de verwachte economische waarde van de projectresultaten, de aansluiting bij de doelstellingen van de deelnemende partijen en de uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten.
5. Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid genoemde criteria even zwaar.