BWBR0019494
Geldig vanaf 2006-02-03
Artikel 15
Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de hiervoor geldende regelgeving;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen het innovatieproject kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht, dat het innovatieproject binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde termijn kan worden voltooid;
d. aannemelijk is, dat het innovatieproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het innovatieproject;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het innovatieproject naar behoren uit te voeren;
g. van het innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
a. de aanvraag niet voldoet aan de hiervoor geldende regelgeving;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen het innovatieproject kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht, dat het innovatieproject binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde termijn kan worden voltooid;
d. aannemelijk is, dat het innovatieproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het innovatieproject;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het innovatieproject naar behoren uit te voeren;
g. van het innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;