BWBR0022405
Geldig vanaf 2007-08-18
Artikel 4
Subsidieregeling opkomende markten 2007 en 2008
1. Indien een in Nederland gevestigde deelnemer daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregelingde volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek en de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1° loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2° de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3° kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4° kosten van speciaal voor het internationale innovatieproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het internationale innovatieproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5° aan derden verschuldigde kosten;
6° kosten van buitenlandstages;
7° kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8° kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1° loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2° de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3° kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4° kosten van speciaal voor het internationale innovatieproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het internationale innovatieproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5° aan derden verschuldigde kosten;
6° kosten van buitenlandstages;
7° kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8° kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het internationale innovatieproject wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
5. Subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na aanvang van het internationale innovatieproject zijn gemaakt en betaald of, indien indiening van de aanvraag tot verlening van subsidie plaatsvindt na aanvang van het project, voor zover ze na de indiening van die aanvraag zijn gemaakt en betaald.
6. Indien overeenkomstig het eerste lid de in dit artikel genoemde subsidiabele kosten in aanmerking worden genomen, voert de subsidieontvanger in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c van de kaderregelingeen administratie die is gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in dit artikel, waaruit te allen tijde op eenvoudige een duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgeleid.
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek en de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1° loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2° de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3° kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4° kosten van speciaal voor het internationale innovatieproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het internationale innovatieproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5° aan derden verschuldigde kosten;
6° kosten van buitenlandstages;
7° kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8° kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1° loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2° de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3° kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4° kosten van speciaal voor het internationale innovatieproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het internationale innovatieproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5° aan derden verschuldigde kosten;
6° kosten van buitenlandstages;
7° kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8° kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het internationale innovatieproject wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
5. Subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na aanvang van het internationale innovatieproject zijn gemaakt en betaald of, indien indiening van de aanvraag tot verlening van subsidie plaatsvindt na aanvang van het project, voor zover ze na de indiening van die aanvraag zijn gemaakt en betaald.
6. Indien overeenkomstig het eerste lid de in dit artikel genoemde subsidiabele kosten in aanmerking worden genomen, voert de subsidieontvanger in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c van de kaderregelingeen administratie die is gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in dit artikel, waaruit te allen tijde op eenvoudige een duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgeleid.